Verplicht pensioen binnen bouwsector of niet?

Nederland kent circa 73 bedrijfstakpensioenfondsen. Deze pensioenfondsen voeren de pensioenregeling van een betreffende branche c.q. bedrijfstak uit en kennen vaak een verplichtstelling tot deelname. De aard van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming bepaalt onder welk bedrijfstakpensioenfonds de onderneming valt. Werknemers hebben dan automatisch recht op het pensioen van dit bedrijfstakpensioenfonds en de werkgever is verplicht om de werknemers aan te melden. Er geldt dus expliciet een meldplicht voor de werkgever. De werkgever kan dus geen afwachtende houding aannemen.

Veelal wordt er door ondernemingen echter geen periodiek onderzoek gedaan of de betreffende bedrijfsactiviteiten onder een verplichtstelling van zo’n bedrijfstakpensioenfonds vallen. Of dat dit enkel bij de start van de onderneming is uitgevoerd, terwijl vaak in de loop van de jaren de bedrijfsactiviteiten zijn gewijzigd. Maar het kan ook zijn dat de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds en/of cao gewijzigd is, waardoor vernieuwde verplichtstelling van toepassing is geworden. In laatst genoemde situatie is er mogelijk sprake van een verplichte vrijstellingsgrond.

Werkingssfeer Bpf bouw

De bouwsector kent ook een verplichtstelling tot het aansluiten bij een bedrijfstakpensioenfonds. Het Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (hierna te noemen: Pensioenfonds Bouw), en is opgericht door werkgever- en werknemersorganisaties uit de Bouwnijverheid.

De wettelijk vastgestelde verplichtstellingsbeschikking van het Pensioenfonds Bouw stelt dat verplichtstelling van toepassing is op ondernemingen indien en voor zover de hoofdactiviteit(en) onder de reikwijdte van de werkingssfeer van de verplichtstellingsbesluit valt.

Hierbij stelt het Pensioenfonds Bouw voor bouwondernemingen in beginsel een duidelijke scheidslijn. Indien en voor zover de activiteiten plaatsvinden op een bouwplaats, ten behoeve van een bouwwerk dan wel ondersteunend op de bouwplaats, is er veelal sprake van verplichtstelling tot het Pensioenfonds Bouw.

Ondersteunende diensten van een bouwonderneming op of aan een bouwplaats c.q. bouwwerk zijn onder andere diensten zoals sloopwerkzaamheden, asbestverwijdering, betonreparatie, grondverzet alsmede afgraven van verontreinigde grond, aanbrengen van wegmarkeringen, het opbouwen en/of plaatsen van verplaatsbare (tijdelijke) verblijfsruimten, et cetera.

Hoofdzakelijkheidscriterium Pensioenfonds Bouw

De werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit van het Pensioenfonds Bouw impliceert dat deelneming verplicht is gesteld voor werknemers die werkzaam zijn bij ondernemingen in welke uitsluitend of in hoofdzaak de in het verplichtstellingsbesluit genoemde werkzaamheden worden uitgeoefend. De uitdrukking “in hoofdzaak” betekent in deze dat minimaal 50% van de totale loonsom van de onderneming.

Wanneer de loonsom van de werknemers die betrokken zijn bij ‘bouw gerelateerde werkzaamheden’ 50% of meer is van de totale loonsom van degenen die bij andere bedrijfsactiviteiten zijn betrokken, valt de gehele onderneming onder de werkingssfeer.

Een redelijke uitleg, zoals eerder door de Hoge Raad is bevestigd, brengt mee dat, bij de toepassing van het hoofdzakelijkheidscriterium loonsom, alle in de onderneming van toepassing zijnde loonsom dienen te worden betrokken die redelijkerwijs vallen toe te rekenen aan de uitoefening van de onderneming.

Ondersteunende diensten buiten de bouwplaats en/of bouwwerk

In de bouwsector komt het regelmatig voor dat bepaalde bouwonderneming gesplitst zijn in enerzijds bouw gerelateerde activiteiten, welke onderhevig zijn aan de werkingssfeer van het Pensioenfonds Bouw, en niet bouw-gerelateerde activiteiten.

Mocht de hoofdactiviteit van een onderneming niet bouw gerelateerd zijn, en eveneens niet ondersteunend zijn op of aan een bouwwerk c.q. bouwplaats, dan bestaat er de mogelijkheid dat de betreffende onderneming niet onder de materiele werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit van het Pensioenfonds Bouw ressorteert. In de bouwsector komt het geregeld voor dat een bouwonderneming bepaalde activiteiten afsplitst in een separate onderneming Hierbij dient gedacht te worden aan ondersteunende diensten zoals loonadministratie, personeelszaken, et cetera.

Echter, de splitsing tussen verschillende type ondernemingen dient helder en duidelijk ingericht te zijn. Er mag in geen geval ondersteuning plaatsvinden op de bouwplaats of aan een bouwwerk. Indien dit wel het geval is bestaat de kans dat achteraf het Pensioenfonds Bouw alsnog stelt dat een verplichte aansluiting bij het Pensioenfonds Bouw aan de orde is. Het is dus van groot belang dat dit goed gewaarborgd wordt, aangezien bij een eventuele verplichte aansluiting tot een bedrijfstakpensioenfonds de bewijslast bij de onderneming ligt.

Pensioenrisico’s

Het achteraf realiseren van een verplichte aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds kan echter voor een onderneming zeer ingrijpend zijn. Indien een pensioenfonds pas na een aantal jaren constateert dat een verplichte deelname van toepassing is kan zij namelijk met terugwerkende kracht de achtergestelde pensioenpremies vorderen. Bedrijfstakpensioenfondsen kunnen aansluiting, en dus premieheffing, met terugwerkende kracht opleggen. Vaak voor vijf jaar, soms zelfs tot twintig jaar.

Bij het Pensioenfonds Bouw bedraagt de jaarpremie gemiddeld 20% tot 25% van de pensioengrondslag (dit is exclusief de verplichte storting voor de overgangsregeling vroegpensioen). Als een onderneming geconfronteerd wordt met een premieclaim van het fonds over meerdere jaren kan dit de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen.

Als ondernemer kunt u dergelijke onaangename verrassingen vaak voorkomen door zelf het heft in handen te nemen. Daarbij kunnen de adviseurs van ZKR Pensioenconsultants (voorheen BDO) u terzijde staan.

Recent Posts
Contact Us

We're not around right now. But you can send us an email and we'll get back to you, asap.

Bedrijfstakpensioenfondsen_controleren_stricter3STiPP