Waarom het Openbaar Vervoer staakt voor hun pensioen

ZKR Pensioenconsultants zet de punten voor u op een rijtje waarom er wordt gestaakt en of de eisen van de vakbonden kans van slagen zullen hebben.

Minder snelle stijging van de AOW
Sinds 2013 is het moment waarop de AOW ingaat steeds later. Tot 2012 was dat 65 jaar. Maar vanaf 2013 is de AOW geleidelijk steeds later ingegaan.

De vakbonden willen dat de AOW-uitkering op 66 jaar ingaat en dus niet nog later ingaat dan  wettelijk is besloten. Aanvankelijk was de eis van de vakbonden om alleen voor zware beroepen de AOW op 66 jaar te laten ingaan. Maar omdat het erg moeilijk vast te stellen is wat een zwaar beroep is, willen de vakbonden nu voor iedereen de AOW leeftijd op 66 jaar stellen.

De reden dat de regering wilt dat wij langer doorwerken is de gestegen levensverwachting (ongeveer 82 jaar). Het uitkeren van de AOW vanaf 65 jaar en ook nog eens langer uitkeren vanwege de gestegen levensverwachting maakt de AOW vrijwel onbetaalbaar

voor de werkenden mensen in Nederland die op dit ogenblik de AOW financieren voor de huidige AOW-ers (omslagstelsel). De kans dat de AOW leeftijd op 66 jaar wordt bevroren achten wij daarom zeer klein.

Het moment waarop de AOW ingaat kan verschillen met het moment waarop het werknemerspensioen ingaat. De meeste werknemers hebben op dit ogenblik pensioen dat op 65 jaar, 67 en 68 jaar tot uitkering komt. Pensioen vervroegen, om zodoende gelijktijdig met de AOW te laten uitkeren, is een mogelijkheid, maar gaat wel ten koste van de hoogte van het pensioen.

Jaar AOW Pensioenleeftijd
2012 65 65
2013 65 + 1 maand 65
2014 65 + 2 maand 67
2015 65 + 3 maand 67
2016 65 + 6 maand 67
2017 65 + 9 maand 67
2018 66 68
2019 66 + 4 maand 68
2020 66 + 8 maand 68
2021 67 68
2022 67 + 3 maand 68
2023 67 + 3 maand 68

Indexatie van pensioen
Werkgevers en werknemers die op grond van hun werkzaamheden verplicht zijn pensioen op te bouwen bij het pensioenfonds binnen hun bedrijfstak (bedrijfstakpensioenfonds) hebben te maken met beleidsdekkingsgraden, wel/geen indexatie, pensioen korten en een lage rekenrente.

De beleidsdekkingsgraad is de dekkingsgraad van de afgelopen 12 maanden. De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het vermogen en de pensioenverplichtingen. Bij een dekkingsgraad van 100% is er precies genoeg geld om alle uitkeringen te betalen. De beleidsdekkingsgraad is in grote mate afhankelijk van de rekenrente. De rekenrente is een afgeleide van de marktrente en is al tijden zeer laag. De verwachting is dat door toedoen van de ECB en de ontwikkelingen in met name Zuid-Europese landen, dit ook nog wel even zo zal blijven.

Hoe lager de rekenrente, hoe meer premie het bedrijfstakpensioenfonds in kas moet hebben om de pensioenen te kunnen uitkeren.

Als de dekkingsgraad hoger is dan 124%, dan mogen de pensioenen volledig worden geïndexeerd.

Als de beleidsdekkingsgraad tussen de 110% en 124% bedraagt, dan mogen de pensioenen gedeeltelijk worden geïndexeerd. Bij een beleidsdekkingsgraad lager dan 110%, mag er niet worden geïndexeerd. Als de dekkingsgraad gedurende 5 jaar lager is dan 104,5%, dan moeten de pensioenen worden gekort om zodoende weer voor een hogere dekkingsgraad te zorgen.

Werkgevers/werknemers die een eigen pensioenregeling hebben, hebben nooit last van beleidsdekkingsgraad / onderdekking. Alle opgebouwde pensioenaanspraken worden door de  verzekeraar gegarandeerd en komen gegarandeerd tot uitkering en kunnen nooit worden gekort.

Een eventuele indexatie van de pensioenen kan vooraf met de verzekeraar worden afgesproken, hoewel het indexeren van pensioenen grote financiële verplichtingen voor de werkgever met zich meebrengt.

De vakbonden eisen dat de pensioenen bij bedrijfstakpensioenfondsen worden geïndexeerd.

Dat is dus alleen mogelijk indien de beleidsdekkingsgraad van het betreffende fonds hoger is dan 110%. Een andere mogelijkheid om de beleidsdekkingsgraad te verhogen (om zodoende de pensioenen te kunnen indexeren) is dat de rekenrente waarmee bedrijfstakpensioenfondsen moeten rekenen, wordt verhoogd. De DNB en de regering zijn geen voorstanders om de rekenrente te verhogen.

Regeling Vervroegd Uittreden
Werkgevers die werknemers eerder willen laten stoppen met werken en hen een bedrag willen meegeven om de periode tussen stoppen met werken en de AOW of pensioen ingangsdatum te overbruggen, krijgen nu een heffing van de Belastingdienst ter grootte van 52% van de hoogte van de uitkering, omdat dit wordt gezien als een regeling voor vervroegde uittreding.

Iedere uitkering is belast met deze heffing als deze uitkering bedoeld is ter overbrugging of aanvulling van het inkomen van de werknemer tot aan de pensioendatum.

De vakbonden willen dat deze boete komt te vervallen.

Vragen? Meer weten?
ZKR Pensioenconsultants helpt u graag om alle pensioen gerelateerde vraagstukken voor werkgevers en werknemers op te lossen. Neem gerust contact met ons op.

Christiaan.heijne@zkrp.nl / 06-423 856 45

Recent Posts
Contact Us

We're not around right now. But you can send us an email and we'll get back to you, asap.

Blog-Pensioenleeftijd